Moederschip

Over het moederschap in rustig kabbelende golven en in woelige waters

Dag van de taal: een Limburgeringscursus

Vandaag is het dag van de taal, en bij een taal horen ook dialecten. Ik ben nu zes jaar geïmmigreerd en voel me hier in Maasmechelen helemaal thuis. Alleen blijft er één ding waar ik het soms moeilijk mee heb: dat dialect in Limburg gewoon de moedertaal blijkt te zijn. Ik moest er heel hard aan wennen dat bvb. onze architect of huisarts ook dialect praat. Maar ik kwam dan ook van de kanten van Aalst, waar dialect meer iets ‘van het volk’ is 😉

Ik herinner me nog heel goed hoe ik pas met De Man samen was en ik zijn ouders voor het eerst ontmoette toen ze ons kwamen oppikken in Gent, om daarna naar zee door te rijden. Die hele autorit lang heb ik me afgevraagd waar ik in godsnaam was terecht gekomen. De “ichs, michs en dichs” vlogen me om de oren. Waren zijn ouders misschien van Duitse afkomst? Dat moest wel, want hun auto vaarde ook in plaats van te rijden!

Dit dus, gewoon in het straatbeeld.

De oorspronkelijke titel van deze post was: “Help! Mijn kind praat Limburgs.” Maar dan zou ik een minderheidsgroep aan het schofferen zijn en dat is niet mijn stijl. Ook al spreken we over ‘moedertaal’, mijn kinderen praten zo Limburgs als maar kan. Daar is nu eens niets van mij in terug te vinden. En je kan je voorstellen dat “mamaaa!” in Limburg nog tien keer erger klinkt 😉 Ik ben wel blij dat mijn kindjes het dialect begrijpen, maar niet spreken. Anders zou mijn kant van de familie hen niet eens verstaan.

Voor ik hier verwijten naar mijn hoofd krijg genre “ga dan terug naar van waar ge komt he”, wil ik beginnen met te zeggen hoe graag ik in Limburg woon en hoe vriendelijk de mensen hier zijn. Ik werd hier voor het eerst in mijn leven voorgelaten aan de kassa en heb al zes jaar geen vuilniszak meer nodig gehad (containers zijn life!) De groene omgeving geeft me zoveel rust: je kan in het nationaal park uren wandelen zonder een levende ziel tegen te komen. Ook het fietsroutenetwerk is hier zo uitgebreid dat je overal veilig geraakt. Ze komen je huis versieren als je jarig bent (al dan niet met een nieuwe voordeur erbij) en dieren mogen hier zomaar oversteken. En niet te vergeten: de vlaaien! (niet die van de koe)

Er zijn wel een aantal woorden die hier zo ingeburgerd zijn, dat ik ze zeker wil vermelden. Beschouw het als mijn Limburgeringscursus voor nieuwe immigranten, hier komen ze:

-Voor de rest van de wereldbevolking is een “golfje” iets dat ofwel in de zee te vinden is, ofwel op straat rijdt. Hier is het een kledingstuk (dat wat anderen een gilet zouden noemen). Zéér belangrijk om te weten in bvb. zinsconstructies als: “Ik zoek een rood golfje” of “Ik ben mijn golfje kwijt”.

-In dezelfde categorie: een “bloes”. In mijn ogen is een blouse een vrouwelijk hemd, de minimumvereisten voor dit kledingstuk zijn knopen aan de voorkant. In Limburg is een bloes eigenlijk gewoon een trui. Dat kan dus met knopen, ritsen of kragen in de gekste vormen zijn. De bloezen vliegen je hier om de oren.

-Taffelen. Met stip mijn favoriete Limburgse woord. Een mooie vertaling kan ik niet bedenken, maar het is een combinatie van treuzelen en prutsen.

-Ombrengen. Mijn eerste reactie was om te vluchten toen mijn schoonmoeder zei dat ze de kindjes zou ombrengen. Ze bleek te bedoelen dat ze hen naar huis zou brengen.

-Zuiver. Wordt hier niet alleen gebruikt voor water. Alles kan zuiver zijn, gaande van een broek tot een vloer.

-Foetelen. In de rest van het land zal de betekenis overeenkomen met “foefelen”, bedriegen of vals spelen. Waarschijnlijk was er eens iemand die dit woord verkeerd heeft uitgesproken en staalhard bleef ontkennen dat hij fout was. Met dit desastreuze gevolg.

-Begaaid. Deze is moeilijk uit te leggen, er bestaat niet eens een vervangwoord voor. Begaaien kan vanalles zijn: begaaid zijn omdat je te lang uit geweest bent, iets is vuil of kapot en dus begaaid… multifunctioneel woord!

-Met een “vot” veeg je best niet de tafel af.

-Uithalen is ophalen of afhalen, en iemand ophalen is hem/haar wakker maken. Kunnen jullie nog volgen?

-Grommelen. Nog zo’n toppertje! Het betekent mopperen.

En dan om af te sluiten nog mijn favoriete Limburgse uitdrukkingen:

“Dat trekt op geen orgel”. Geen vertaling nodig zeker 🙂

-Als iemand teveel gedronken heeft, dan is die “in de olie.”

-Als je afscheid neemt van iemand, zeg je niet ‘tot ziens’, maar ‘we zien ons’. Daarna gevolgd door “Haddig!” (Hou je goed!)

-Een scheiding wordt hier nog net niet gevierd met de gevleugelde woorden: “die is van haar man af”.

Wie een exotische taal wil aanleren, kan dus maar beter naar Limburg verhuizen!

(Zeg overigens nooit DE Limburg, want dat werkt hier als een rode lap op een stier. Terwijl Limburgers wel ongegeneerd het aantal provincies in ons land reduceren tot 9, want “DE Vlaanders” is een algemeen begrip in deze uithoek van het land. Mijn hometown Affligem ligt voor Limburgers zo goed als aan de zee).

11 Antwoorden op “Dag van de taal: een Limburgeringscursus”

Laat een reactie achter op Moederschip Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Inhoud geblokkeerd