Moederschip

Over het moederschap in rustig kabbelende golven en in woelige waters

Ik ben een gediplomeerd opvoeder en heb mijn kinderen niet in de hand

Vroeger, toen ik nog een bakvis was in plaats van een bakfiets had (het is een fietskar maar dat bekt niet zo goed), ging ik dat hele opvoedingsgebeuren gewoon vlotjes volgens het boekje doen. Mijn kinderen zouden luisteren, ik zou nooit op hen moeten roepen en ze zouden altijd aan tafel eten en maximum een halfuur per dag TV kijken. Ha.ha.

De vraag was dan alleen nog welk boekje ik zou moeten volgen, want als bachelor in de orthopedagogie waren dat er nogal wat. We spreken over het jaar 2006, wat mij toch niet zo gek lang geleden in de oren klinkt. Toen was een gedragsmatige aanpak het absolute summum binnen opvoedingsland. Straffen en belonen, dàt was je kind opvoeden. Denk maar aan de Supernanny, die met haar schema’s en regels elk huishouden in de pas kon laten lopen. Ik was er toen écht van overtuigd dat het zo zwart-wit kon zijn en dat opvoeden gewoon het resultaat was van A zeggen en B laten, dan zouden de kinderen vanzelf wel C doen. Maar dat is buiten die twee spookjes van mij gerekend.

Ik kan me niet herinneren dat er tijdens mijn studies ook maar één keer het belang van emoties of van acceptatie benoemd werd. Terwijl dat nu net het hotste item is in de pedagogische wereld. Termen als onvoorwaardelijkheid, bewustwording en attachment zijn vreemde woorden die ik pas de laatste jaren, sinds ik zelf moeder geworden ben, heb leren kennen. Eigenlijk ben je op vlak van opvoeden dus nooit echt uitgeleerd.

Als ik in mijn job aan ouders of pleegouders opvoedingsadvies moet geven, dan slaag ik daar vrij goed in. Hoe komt het dan dat ik na al die jaren studie nog steeds met de handen in het haar zit als het over mijn eigen kinderen gaat? Op een dag dat ik alleen met hen thuis ben, kan ik binnen de 12 uur zeker 5 dingen afvinken die ik nooit zou doen. En dat wekelijks. Waarom is het toch zo verdomd moeilijk om consequent te blijven, niet te roepen en geduldig te zijn?

Mijn theorie is dat er meer afstand is bij kinderen die niet de mijne zijn, dat ik beter kan inschatten wat daar nodig is omdat ik er emotioneel niet zo bij betrokken ben. En dat mijn kinderen, misschien soms nog beter dan ikzelf, perfect kunnen aanvoelen wat mij triggert en welke knopjes ze moeten induwen om rood te kunnen krijgen bij mij. Want ja, bij mij werkt het wel zo dat ze maar A moeten doen om B te bekomen. En dat lijken ze heel goed te weten.

Als ze bvb. niet luisteren, elkaar pijn doen of non-stop heel luid roepen, dan wordt het mij al snel teveel. En eens dat gebeurt, is het natuurlijk moeilijk om je niet te verliezen in emoties.. Dan zie ik denkbeeldig al mijn opvoedingsboeken door de lucht vliegen, zonder dat ik ze kan openen om er één of andere skill uit te halen en toe te passen.

En achteraf bekeken denk ik dan altijd: ik had dat of dat kunnen doen. Maar ja, achteraf weet je alles op voorhand natuurlijk. Ik ben alleszins gewapend voor een volgende keer, dat is dus wat er bedoeld wordt met trial en error.

Sinds ik me bewust ben van dit mechanisme, mede dankzij het milde ouderschap van Nina Mouton, lukt het me wel iets beter om minder streng te zijn voor mijzelf. Dus mama’s: geef dat moederschap wat tijd. Bewust zijn van de dingen die je wil veranderen is al een hele stap. Het is niet omdat je een rots bent dat er niet af en toe wat water zal doorsijpelen, toch?

 

Is dit bij jullie ook zo?

 

 

12 Antwoorden op “Ik ben een gediplomeerd opvoeder en heb mijn kinderen niet in de hand”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *