Moederschip

Over het moederschap in rustig kabbelende golven en in woelige waters

How2talk2kids

Het is alweer een tijdje geleden dat ik opvoedkundige boekenwijsheid met jullie heb gedeeld. En zie daar: een nieuw seizoen, een nieuw opvoedboek 🙂

Dit keer viel mijn oog op het alom geprezen “How2talk2kids”. Aangezien mijn focus nu al anderhalf jaar op broer/zus relaties ligt, besloot ik om meteen het vervolg van dit boek te lezen: “How2talk2kids: broers en zussen zonder rivaliteit.”

Want dat is toch wat we allemaal willen: dat broer(s) en zus(sen) goed overeenkomen, samen spelen en voor elkaar opkomen. Laat maar komen deze bijbel!

 

Het boek start met een samenvatting van het eerste boek. Alles in de communicatie met kinderen draait rond emoties. Uitgaan van de gevoelens van het kind en daarop inspelen is heel belangrijk voor een normale ontwikkeling. Concreet kan je dat doen door:

  • echt te luisteren (en te bevestigen dat je luistert): door te herhalen, samen te vatten of het onderliggende verlangen te verwoorden..
  • benoemen wat je ziet, zonder daar een eigen invulling aan te geven. Bvb. niet: “Ben je bang van dat paard?” Maar wel: “Dat is een groot paard he.”
  • je inleven in de leefwereld van je kind
  • je kind zelf oplossingen laten aanreiken

Vooral dit laatste is een belangrijke pijler voor de zelfredzaamheid. Als een kind zelf met een oplossing komt, zal hij ook sneller geneigd zijn om het probleem te willen oplossen. Als dit voor je kind nog te moeilijk is, kunnen jullie samen verschillende oplossingen zoeken en hem er dan de beste laten uitkiezen.

Er zijn twee “oplossingsmanieren” die in dit boek worden afgeraden, nl.:

1. stemmen

Een voorbeeld: er staat een uitstapje gepland met het gezin, en iedereen mag zijn stem uitbrengen. Hier zijn verschillende uitkomsten mogelijk: bij een gezin van vier kan je uitkomen op een 50/50 of er is een 3-tegen-1 uitkomst, maar dan ga je eigenlijk volledig voorbij aan de gevoelens van de vierde persoon. Door te stemmen wil je aantonen dat iedereen zijn mening belangrijk is, maar dat spreek je tegen door de wens van het vierde gezinslid simpelweg naast je neer te leggen.

2. tossen

Een voorbeeld: in de speelgoedbak liggen een autootje en een vrachtwagen. Allebei de kinderen willen met de auto spelen. Je gooit kop of munt om te bepalen wie met de auto mag spelen. Ook hier geef je de boodschap mee dat iemand zijn mening er niet toe doet, dat het toeval bepaalt. Als je kinderen zelf laat nadenken, komen ze meestal onderling wel tot een goede oplossing.

 

 

Ongepast gedrag

Over het thema straffen en belonen is dit boek heel duidelijk: straffen leiden alleen maar af van het probleemgedrag en halen op lange termijn niets uit. Dit is ook een belangrijk principe van het positief ouderschap. Kinderen zijn nu eenmaal geen robots die je kan programmeren. Het zou kunnen dat een beloningssysteem voor een bepaalde tijd werkt, maar dat verliest ook zijn effect na een tijdje. Intrinsieke motivatie is veel belangrijker.

Het woord nee vermijden wordt ook aangehaald als een belangrijke les. Neen zeggen leidt tot weerstand en niet tot dialoog. Een alternatief voorstellen in plaats van berispen werkt beter. Bvb. niet: “je mag niet springen in de zetel” (dan hoort het kind eigenlijk alleen maar het woord springen). Beter is om te zeggen wat wél mag: “springen doen we op de trampoline”

Dit is een totaal andere mindset! We zijn het zo gewoon om een hele dag door te zeggen wat niet mag, maar vergeten eigenlijk te benoemen wat dan wel mag. Eigenlijk is dit een simpel trucje met een groots effect.

 

De Schuldige

Bij een conflict tussen broers en zussen is de hamvraag vaak: Wie heeft het gedaan? Dit heeft geen enkele zin en zorgt alleen maar voor ontkenning bij alle partijen. Beter is om iets samen op te lossen, zonder naar een schuldige te zoeken. Bvb: er is een pak cornflakes omgestoten en je kinderen staan er een beetje beteuterd rond. Laat het hen samen opvegen. Elkaar helpen en samenwerken is een veel belangrijkere levensles dan te weten wie de oorzaak is van een probleem.

Geef bij een duidelijk zichtbaar conflict wél aandacht aan het slachtoffer in plaats van de dader. Als kleine broer zijn zus gebeten heeft, zal het haar niet helpen om hem in de hoek te zetten. Een korte boodschap naar de ‘dader’ (bvb. bijten doen we in de bijtring) en extreem veel aandacht voor het slachtoffer (kom we gaan er wat ijs opleggen en dan mag je lekker bij mama op schoot zitten) zullen volgens de schrijvers meer effect hebben.

Ik moet eerlijk zeggen dat dat hier een beetje verloren gaat. Bij het concrete voorbeeld van hierboven zegt de dochter zelf al: “nu moet broer in de hoek he”. Een beetje oog om oog en tand om tand, dan is het in haar ogen precies meer gerechtvaardigd wat hij gedaan heeft. Nog wel werk aan de winkel dus 🙂

Niet te snel tussenkomen is een richtlijn die een aantal keer wordt aangehaald. Als er geen gevaar dreigt, kan je het hen rustig zelf laten uitzoeken. In het boek staat dat dit ook met jonge kinderen kan, maar dat zie ik hier niet snel gebeuren. Als ik niet ingrijp, escaleert het meestal. Maar misschien komt dat doordat de jongste echt nog wel heel jong is (20 maanden).

 

 

Autonomie

Een kind wordt zelfstandig door autonomie aan te moedigen. Want afhankelijkheid leidt tot hulpeloosheid. Maar hoe kan je een kind dan zelfstandiger maken?

  • erken zijn inspanningen
  • laat hem nadenken. Beantwoord vragen niet automatisch, maar kaats de bal terug naar hen. Een simpele vraag als “wat denk je zelf?” is heel interessant om te weten te komen wat zij eigenlijk al weten. Meestal hebben ze zelf wel al een idee van het antwoord wanneer ze iets komen vragen, want ze zijn in hun hoofd al bezig geweest met deze vraag.
  • laat een kind zelf antwoorden als hem een vraag wordt gesteld. Dit lijkt heel eenvoudig, maar in de praktijk vullen ouders dit toch vaak in voor hun kind. Omdat hij de vraag niet begrepen heeft, er net iets te lang over doet om te antwoorden, te verlegen is…

Stel ook neutrale vragen en geen vragen waar jij al zelf een betekenis aan geeft, bvb.: “hoe   was het op school?” in plaats van “was het leuk op school?” Want dan denkt het kind dat het van hem verwacht wordt dat het leuk moet zijn.

  • geef niet teveel complimenten. In tegenstelling tot wat je zou denken om een kind autonoom te maken, geef je best niet teveel aandacht aan wat hij allemaal kan. Waarom niet?

Complimenten zijn vaak een hol begrip: wat ben je mooi, wat heb je dat fantastisch gedaan… het zegt niets over de inspanningen van een kind. Beschrijf wat je ziet en het kind zal zichzelf leren prijzen. Een voorbeeld: je kind komt met een tekening naar jou. Zeg dan beter: “Daar heb je zeker heel hard aan gewerkt!” in plaats van “Wat een mooie tekening!

De prestatie beschrijven zorgt voor bewustwording bij het kind. “Ik ben trots op jou” zal je kind niet helpen groeien, want dan doet hij het niet voor zichzelf. “Wat een prestatie, je zal wel trots zijn op jezelf!” zet aan tot meer autonomie.

Ook dit vind ik weer een heel andere mindset. Het zit er van nature ingebakken bij ouders om alles aan hun kind mooi, goed en slim te vinden. Aandacht geven aan het proces in plaats van het resultaat, ik moet het nog leren 😉

 

Rollen toekennen aan kinderen

Onbewust geef je als ouder een rol aan je kinderen: de oudste, de rustige, de clown van het gezin, de sportieve… Jouw eigen rollen in je ouderlijk gezin spelen hierbij nog altijd mee. Als jij altijd moest zorgen voor een jongere broer, verwacht je dat van je kind misschien onbewust ook.

Houd je kinderen vrij van deze rollen, zeker als je over hen praat waar anderen bij zijn. Als kinderen dit vaak te horen krijgen, gaan ze zich er ook naar gedragen. Zelfs als dit positieve rollen lijken, zoals “de slimste”, kan dit een negatief effect hebben. Je kind kan denken dat hij altijd de slimste moet zijn en faalangst krijgen. Of als er een rol al “ingenomen” is door een broer of zus, kan de ander denken dat hij dan maar de andere rol moet innemen. “Als ik niet de liefste kan zijn, dan word ik maar de stoutste”.

Aan het toekennen van rollen hangt automatisch competitiedrang vast. En net die concurrentiestrijd tussen broers en zussen willen alle ouders vermijden. Toch wordt er vergeleken. Hoe vaak zeggen we niet: “wees eens flink zoals grote zus”? Wij denken dan dat we grote zus prijzen, maar onbewust leggen we haar een grote druk op. En zus kan dan denken over broer dat hij niet zo graag gezien wordt.

Ik vond het wel moeilijk om dit te lezen, dat je zoveel invloed hebt als ouder op hoe je kind gaat denken en doen. Dat voelt voor mij als een verpletterende verantwoordelijkheid. Onrechtstreeks wil dat zeggen dat ouders er verantwoordelijk voor zijn als hun kinderen ergens mee worstelen, of als broers en zussen niet overeen komen. Terwijl er naar mijn mening ook veel karaktergebonden eigenschappen zijn zoals timide zijn, optimisme, veerkracht… Je kan echt niet alles linken aan de opvoeding. Maar het is niet de bedoeling om hier het nature/nurture debat op te rakelen 🙂

Dit boek geeft een heel andere kijk op opvoeden en brengt een nieuwe bewustwording met zich mee. Er staan boeiende dingen in, maar ook dingen waar ik het niet mee eens ben. Mijn advies na het lezen van dit boek is: pik er die dingen uit die jij belangrijk vindt. Want opvoeden in deze tijden, het is al niet gemakkelijk. En als er dan nog zoveel moetens en mogens zijn, zijn we eerder robots aan het opvoeden dan kinderen. Geen enkel kind is hetzelfde, en opvoeden met gevoel is in mijn ogen veel belangrijker dan opvoeden volgens een boekje.

2 Antwoorden op “How2talk2kids”

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *