Moederschip

Over het moederschap in rustig kabbelende golven en in woelige waters

Brussenliefde

Er zijn maar weinig dingen die mijn moederhart zo uit elkaar kunnen doen spatten dan de liefde van mijn dochter naar mijn zoon en omgekeerd. In het Engels bestaat er één woord om tegelijk je broers en zussen te omschrijven: siblings. Het Nederlands kent zo’n prachtig woord helaas niet, dus moeten wij ons behelpen met de samentrekking “brussen”. En brussenliefde, dat is gewoon het mooiste dat er bestaat.

Ik las ergens dat het de langste relatie is die je met iemand kan hebben. En toch kan je er nooit zelf voor kiezen, je groeit noodgedwongen samen op. In sommige gezinnen loopt dit dan ook moeilijk: tegengestelde karakters, teveel verschil in interesses… Ik ben heel dankbaar dat dat bij ons niet het geval is. Zus en broer, dat was liefde op het eerste gezicht. We waren voorbereid op het ergste, aangezien De Dochter pas 21 maanden (lees: volle peuterpuber) was toen hij werd geboren. We verwachtten jaloezie, terugvallen in vanalles en nog wat, aanstellerig gedrag… en we kregen: niets van dat alles. De eerste zes maanden was het allemaal peis en vree. De Zoon kon dan natuurlijk nog niet bewegen en was overgeleverd aan de grillen van zijn zus. Helpen bij het flesje of tutje geven, zijn knuffel bij hem leggen, uren naar hem staren, dansjes voor hem doen, zelfs “voorlezen”… Ze deed het allemaal spontaan.

Ik ga niet liegen over de twee jaren daarna, toen het speelgoed waarmee de andere speelde àltijd het meest interessante was en er al eens -al dan niet per ongeluk- op elkaar geslagen werd. Maar ook dan was er nog altijd meer liefde dan ruzie, enkel het samen spelen was een uitdaging.

Sinds de lockdown zijn dat soort ruzies op één hand te tellen. Ze hadden alleen elkaar en daar moesten ze het dan ook mee doen. Dat had twee kanten uit gekund, maar gelukkig zijn ze enorm naar elkaar toegegroeid. Het gaat zelfs zover dat ze niet meer van elkaar weggaan zonder een langdurige, dikke knuffel. Daar MOET gewoon tijd voor gemaakt worden, zelfs als we echt gehaast zijn om te vertrekken.

De concurrentie is er nog altijd wel: het vergelijken en het “wie is eerst, wie is beter…” Maar ze gunnen elkaar ook wel veel. Als de ene naar de dokter/kapper/tandarts… gaat en daar een snoepje of speelgoedje krijgt, durven ze al eens te zeggen dat er thuis nog een broer of zus rondloopt.

Ze hebben elk hun eigen hobby -een eigen interesse, andere vriendjes, een nieuwe omgeving- en dat doet hen deugd. Zo hebben ze ook nog iets dat helemaal van hen alleen is. Want op school hebben ze dan wel elk hun eigen vriendjes, toch zoeken ze elkaar op de speelplaats altijd nog op. Vreemd genoeg vinden de vriendjes van De Dochter dat geen probleem en aanvaarden ze die kleine broer met veel plezier. En zelfs als ze dan eens apart spelen, weet de ene nog altijd perfect wat de andere gedaan heeft. Een snotneus van De Zoon wordt door De Dochter afgeveegd, hij haalt hulp als zij gevallen is… Ook al benadrukken we dat ze niet voor elkaar moeten zorgen -thuis zijn wij er en op school de juffen- het gebeurt spontaan. Ik houd mijn hart vast als de oudste volgend jaar naar een andere speelplaats gaat. Het zal hen allebei lucht geven, maar er zal ook veel gemis zijn.

Op vrijdag en zaterdag mogen ze bij elkaar “logeren”. Dan kruipt De Dochter eerst bij De Zoon in bed voor een knuffelsessie, om daarna naar het bovenste bed van zijn stapelbed te verhuizen. Ze gaan nog steeds samen in bad en vinden dat heerlijk. Ze giechelen om dezelfde idiote humor en spreken zelfs een geheim taaltje waar wij niks van begrijpen.

Toen ik nog geen kinderen had, kon ik alleen maar dromen van zo’n goede band. Ik besef ten volle dat dit niet vanzelfsprekend is en ben dan ook elke dag dankbaar voor zoveel liefde.

8 Antwoorden op “Brussenliefde”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Inhoud geblokkeerd